Margraten-Banneux ‘zwemmend’.



Datum:
23 december 2012
Naam:
Pelgrimage
Organisator:
Plaats:
Margraten – Banneux
Aantal km’s:
42
Duur ±:
11 uur
Google Earth Garmin-file GPX-file Foto’s

Na vorig jaar de 25 km vanaf Val Dieu te hebben gelopen, dit jaar weer voor de 42 km vertrokken. Rond 04.45 uur gaat de wekker. Buiten tikt de regen (nog steeds) tegen het raam. Na het ontbijt en een lunchpakket en nog wat extra’s, vertrek ik om 05.30 uur richting Margraten. Onderweg slaat de regen onophoudelijk tegen de voorruit. “Da’s de snelheid!”, denk ik nog. Om 06.45 uur kom ik aan in de startplaats Margraten.

Ingepakt in het legergroene regenpak uit de jaren negentig, uitgerust met een ‘single’ nordicwalkingstok – zijn evenbeeld ooit eens laten staan in Bredeveld -, voorzien van de één euro-folder met de bekende routebeschrijving, wandeltips en div. teksten en een zegening voor de tocht, vertrek ik klokslag 07.00 uur.

Ondanks de regen is het toch nog redelijk druk; ik ben dus niet de enige die prettig gestoord is. Uitgerust met poncho’s, paraplu’s en plastic jassen van een bekende Belgische elektriciteitsmaatschappij, gaat de goegemeente opgewekt op pad, niet wetend wat hen te wachten staat. De eerste twee kilometers gaan over asfalt, maar dan slaan we links af een landweg in.

Hier begint de ellende al! Limburgse löss, die al enkele dagen diverse regenbuien heeft moeten doorstaan, verandert de landwegen in glibberige paden met grote plassen water. Omdat het nog donker is, hebben diverse wandelaars – zonder lampje – het ‘geluk’ midden in plassen water te stappen. Tempo is er niet te maken en er vliegen soms woorden door de lucht die niet echt thuishoren in een pelgrimstocht. Het zij ze vergeven.

De eerste kilometers naar Banholt voorspellen niet veel goeds, maar er is geen weg terug. Vóór Noorbeek wordt eenieder nogmaals gewaarschuwd; we dalen af via een smal glibberig paadje. ‘t Is eigenlijk gekkenwerk, maar gelukkig is daar na een kilometer weer asfalt en vergeten we de ellende.

In Noorbeek voegen nieuwe wandelaars zich bij de drijfnatte pelgrims van het eerste uur. Van hieruit dalen we af naar St. Martens-Voeren via een smal pad. Tenminste, in droge dagen. Nu kolkt het water naar beneden en is het de kunst om een stroef – minder nat – stukje grond te vinden om je voet te plaatsen. Geregeld verschuilt de harde ondergrond zich onder een hoopje natte bladeren en mocht je daar per abuis je voet neerzetten, dan lig je gegarandeerd op je gezicht.

Onder in België aangekomen, blijkt het paadje mij bekend te zijn en heeft het mij in de zomer ook behoorlijk opgebroken, alleen ging ik toen de ander richting uit. Tot even voorbij St. Martens-Voeren is het gelukkig goed te doen, maar dit wordt snel ‘hersteld’ door een stuk van zo’n 4 km waar de weg inderdaad weg is. Het onverharde pad is verdwenen onder een stroom modderig regenwater dat zich vanaf de vele hellingen door de holle weg wringt.

Wat ben ik blij met mijn oude hoge waterdichte Hanwags!! Op zeker moment is het zo erg, dat we onze weg maar vervolgen door de wei die naast het pad ligt. Nadeel is nu wel dat door de doorweekte löss mijn Hanwags (met weinig profiel, weggewandeld in Nijmegen) weinig tot geen grip meer hebben. Na de heftige lange klim wordt de weg De Planck-Aubel bereikt. Wat nog rest is de – deels modderige – afdaling naar Val Dieu.

Hier wordt ik ingehaald door Angelique (aka Zoef-Sloef). Zij heeft de euvele moed gehad om met twee andere dames de barre tocht te beginnen. Chapeau! Gevieren wordt de eerste binnenrust bereikt en genoten van een kop koffie en Limburgse vlaai. De regen is ietsje minder geworden en doe ik dus de regenbroek uit. Mijn wandelbroek is drijfnat, maar zeker niet van de regen. Hopelijk dat ie door de wind wat droog waait.

Terwijl de kerkklok elf slagen doet, gaan we weer op pad voor de laatste 25 km. Ik heb inmiddels wel in de gaten dat de conditie het laatste halfjaar heeft ingeboet. Het steile klimmetje direct ná Val Dieu – trapje en een heel erg ‘vals plat’ geeft te denken: “Hoe moet dat in de laatste klim naar Trasenster/Fraipont?”.

In mijn eigen tempo ga ik omhoog, de dames ver vóór latend. Op de weinige vlakke stukken loop ik ze wel weer in. In Julémont staan ze me op te wachten. Gezamenlijk gaan we verder richting Bolland, waar we stijl afdalen via een modderig pad/wei, gevolgd door een lange trap. Deze laatste is nu, zo zonder sneeuw en/of ijs, gelukkig goed te doen. In Noblehaye wordt gerust in de kapel. Naast het meegebrachte lunchpakket, wordt de ‘inwendige’ mens ook weer opgelapt met een gebed. Het zingen van het geplande lied blijft achterwege.

Bij vertrek hebben we de keus: óf rechtsaf om ergens door een sloot en een omhooglopend, zompig en modderig, weiland naar Soumagne te gaan, óf rechtdoor om ‘n kilometer langer ook in Soumagne uit te komen, doch zonder sloot en wei. We kiezen voor het laatste.

In Soumagne wordt in de Blue Note, een van de weinige cafés, gerust en gegeten. Hier was door de grote toeloop van pelgrims, het toilet verstopt, dus moest voor deze noodzaak een ander café worden bezocht.

De voorlaatste helling ligt voor ons. Een flauwe, maar lange helling maar gelukkig is het wegdek goed begaanbaar. Vlak voor Olné verdwijnt het paadje weer onder het nodige water. Na Olné gaat het via een lange ongelijke trap naar het dal van ‘La Vesdre’. In eigen tempo ga ik omlaag. Via smalle paadjes, ‘achteroms’ en slootkanten die soms onder water zijn verdwenen (we mogen schijnbaar geen droge voeten houden), wordt Nessonvaux bereikt.

Nog slechts 5 km resten ons, maar wel met de twee zwaarste. Dit jaar geen rust; we gaan proberen vóór de duisternis binnen te zijn. Met de laatste helling in gedachte heb ik hier een hard hoofd in. Vlak na het stationnetje laat ik de dames gaan. Op deze laatste helling neem ik een tempo aan van “200 passen voor-/opwaarts, 10 minuten rust”. Menige wandelaar gaat mij voorbij, maar dat schrikt mij niet af. Kramp in de kuiten laat het niet toe. Ik pak gewoon de rusten. Langzaam maar gestaag komt de top in zicht.

Halverwege bel ik nog aan bij een verlicht raam, waarachter ik een Waal zie zitten, en vraag in mijn beste Frans een nieuwe vulling voor mijn drinkfles. Vriendelijk wordt deze gevuld en met een ‘Mercy beaucoup et bon soir.” neem ik afscheid en ga door naar de top.

Hier vandaan is het redelijk eenvoudig. Nog enkel één slecht stuk over een modderig pad en daarna een redelijk verharde weg naar het Mariaheiligdom. De regen komt alweer met grote druppels omlaag. Iets over zes uur kom ik aan in Banneux. Helaas is in de kapel de H. Mis al een half uur bezig, dus steek ik buiten enkele kaarsjes aan.

Als een verzopen ‘kater’ stap ik het restaurant binnen; ik ben binnen! Om 20.00 uur gaat de bus dus tijd genoeg om bij te komen. De dames heb ik niet meer gezien, wel nog ‘gelezen’. Ze zaten in een andere lokaliteit in afwachting van hun chauffeur.

Het was me een tochtje wel! Onderweg: “Waar ben ik toch mee bezig???”; nu: “Het was toch wel een uitdaging en een mooie ervaring!” Maar over mijn vraag van de week: ‘Wat is erger: sneeuw of modder?’ ben ik nog niet uit. Misschien wel beiden. Volgend jaar ???

1 comment to Margraten-Banneux ‘zwemmend’.

  • Peter Heesakkers

    Benieuwd na alle verhalen over deze tocht, toch de foto’s eens bekeken. Een schitterend gebied om te bewandelen, maar zoals ik zag heel bar weer en evenzo barre stukken in het parkoers, zowat onbegaanbaar. De absolute grenzen van wat nog wandelgenot heet te zijn. Niettemin, mijn bewondering voor jullie doorzettingsvermogen, en ik hoop dat jullie toch nog ergens goede herinneringen aan deze tocht overhouden. Mooie wandelblog heb je! Groet en een uitstekend wandeljaar 2013 Je medebeneluxer-{wandelen] uit Eindhoven
    Peter Heesakkers

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>